Vakantie op De Kluft 2026
Twee weken zon, vissen, warmte en de eeuwige strijd tegen de waterplanten
Sommige mensen gaan ieder jaar naar hetzelfde vakantieadres omdat ze niets anders kunnen bedenken. Wij gaan naar Recreatiecentrum De Kluft omdat we het er gewoon ontzettend naar ons zin hebben.
Na twee jaar vakantie vieren besloten we in 2015 zelfs een seizoenplaats te nemen. Van 1 april tot en met 30 september stond onze caravan daar als een tweede huis. Tot 2022 hebben we daar met enorm veel plezier gestaan.
Alleen… ieder voorjaar begon het hele circus opnieuw. De caravan op zijn plek zetten, de voortent opbouwen, de schuurtent neerzetten, het kunstgras uitrollen en daarna alles zo gezellig inrichten alsof we er voorgoed gingen wonen.
En nauwelijks stond alles op zijn plek of het werd september en kon het hele spul weer worden afgebroken. Voortent afbreken, schuurtent leeghalen, kunstgras oprollen, alles schoonmaken, inpakken en naar huis brengen. Vakantie vieren begon verdacht veel op verhuizen te lijken, alleen zonder verhuisbedrijf.
En dan was er ook nog de boot.
Die moest na ieder seizoen grondig worden schoongemaakt. Vooral de onderkant was een klein natuurgebied geworden. Honderden, waarschijnlijk honderdduizenden kleine slakjes hadden besloten dat onze boot een prima vakantiehuisje was. Zonder huur te betalen, zonder toestemming en vooral zonder enige neiging om vrijwillig te vertrekken.
Dus besloten we uiteindelijk dat het mooi was geweest. We verkochten de caravan én de boot.
Geen voortent meer opbouwen, geen schuurtent meer neerzetten, geen kunstgras meer leggen en vooral: geen boot meer schoonmaken waar inmiddels meer slakjes op woonden dan er mensen op de camping stonden.
Voortaan gingen we gewoon vakantie vieren.
Dat bleek achteraf een uitstekend idee.
Toch bleven we terugkomen. De Kluft laat je namelijk niet zomaar los.
Inmiddels hebben we zo ongeveer alles gehuurd wat het recreatiecentrum te bieden heeft: een trekkershut, een Weerribbenlodge en tegenwoordig het Veenhuisje. Elk verblijf heeft zijn eigen charme, maar één ding blijft hetzelfde: zodra we de camping oprijden voelt het alsof we thuiskomen.
Alleen hoeven we tegenwoordig bij thuiskomst geen voortent meer op te bouwen.
Normaal blijven we een week, meestal rond week 31 of 32 vanwege de viswedstrijden. Maar in 2026 pakten we flink uit: twee hele weken.
En alsof de weergoden dat wilden belonen, kregen we zon.
Heel veel zon.
Eigenlijk iets té veel zon.
Temperaturen boven de dertig graden werden bijna normaal en zelfs de nachten deden vrolijk mee. Je hoefde 's morgens eigenlijk alleen maar uit bed te stappen om meteen weer te verlangen naar een stoel in de schaduw.
Onze vakantie begon uiteraard al thuis.
Koffers inpakken, fietsen achterop de auto en natuurlijk mijn visspullen wegbrengen. Dat laatste is echt nodig. Mijn Citroën C4 is een keurige auto, maar geen verhuiswagen.
Gelukkig passen onze goede vrienden Wilma en Hennie ieder jaar met liefde op mijn complete visuitrusting. Zonder hen zou ik waarschijnlijk een aanhanger nodig hebben.
Of een bestelbus.
Of minder visspullen.
Maar laten we nou niet meteen met onrealistische oplossingen komen.
Dit jaar reden we niet via de gebruikelijke snelwegen richting Flevoland, maar kozen we speciaal voor Tiny de mooie route over de dijk naar Lelystad. Vakantie begint tenslotte niet pas op de camping, maar zodra je besluit de snelweg links te laten liggen.
Bij aankomst kregen we al vroeg de sleutel van Veenhuisje 1. Eerst koffie, daarna de gebruikelijke welkomstknuffels van Wilma en Hennie en vervolgens…
de horren.
Want wie De Kluft kent, weet dat muggen daar niet vragen of ze binnen mogen komen. Ze beschouwen een open raam als een persoonlijke uitnodiging voor een uitgebreid diner.
En wij staan op het menu.
Binnen een kwartier zaten de horren dus weer keurig voor de ramen en konden de bloeddorstige insecten buiten blijven.
Onze dagen verliepen daarna volgens ons vaste vakantieritme:
Uitslapen. Verse broodjes halen. Douchen. Koffie drinken. Nog een kop koffie. Een stukje fietsen. Een beetje vissen. En daarna uitgebreid uitrusten van al die inspanningen.
Je moet tijdens een vakantie natuurlijk wel een beetje op jezelf passen.
Alleen dat vissen…
Dat viel dit jaar behoorlijk tegen.
Niet vanwege de vissen, want die zullen er ongetwijfeld ergens hebben gezeten. Het probleem was alleen dat tussen mij en die vissen ongeveer een halve hectare waterplanten lag.
De Weerribben waren veranderd in één grote onderwaterjungle. Vooral ongelijkbladig vederkruid en waterwaaier (Cabomba) hadden besloten dat zij voortaan de baas waren.
Het leek soms alsof ik niet aan het vissen was, maar bij de plantsoenendienst werkte.
Gewapend met een hark, een lang touw en een flinke dosis goede moed heb ik een halve dag geprobeerd een stukje water vrij te maken.
Het resultaat was ongeveer hetzelfde als proberen de Noordzee leeg te scheppen met een emmer.
Een paar vierkante meter werd zichtbaar.
De rest van de Weerribben trok zich niets van mijn inspanningen aan.
Waarschijnlijk groeide achter mijn rug alweer terug wat ik vijf minuten daarvoor had weggehaald.
Gelukkig hadden de andere vissers precies hetzelfde probleem, zodat niemand echt hoge vangsten boekte.
En dat is toch prettig: als je zelf weinig vangt, helpt het enorm wanneer de rest óók niets vangt.
Tijdens de drie viswedstrijden bakte ik er eerlijk gezegd weinig van. Twee keer bleef ik boven de kilo, waarvan één keer verrassend goed voor een derde plaats. Uiteindelijk eindigde ik als negende in het kampioenschap.
Niet geweldig, maar gelukkig brak verder ook niemand potten.
Als iedereen weinig vangt, voelt je eigen slechte vangst ineens een stuk beter.
Tussen het vissen door bezochten we Kampen, Steenwijk en Oldemarkt. Tiny ging samen met Wilma gezellig winkelen in Wolvega, terwijl ik me vooral bezighield met terrasjes, koffie drinken en mensen kijken.
Ook dat is een hobby.
En je hebt er gelukkig een stuk minder materiaal voor nodig dan bij vissen.
In Steenwijk troffen we toevallig de Vestingfeesten, compleet met Circus Snor.
Alleen die naam maakte het bezoek eigenlijk al geslaagd. Een circus dat Snor heet, daar hoef je verder weinig meer aan toe te voegen.
Ook lezen hoorde er deze vakantie weer iedere dag bij. Hendrik Groen zorgde met Groeten uit Benidorm regelmatig voor een glimlach, terwijl Het Dameskoor van Chilbury van Jennifer Ryan liet zien hoe muziek zelfs in oorlogstijd mensen bij elkaar kan brengen.
Verder verdwenen ook nog een paar kranten, Tips & Trucs en Computer Idee van de stapel.
Een vakantie zonder leesvoer voelt tenslotte als koffie zonder cafeïne.
Het kan.
Maar waarom zou je?
Eén ochtend besloot ik heel verstandig om extreem vroeg te gaan vissen met Hennie en Luuk.
Dat was ontzettend gezellig.
Alleen bleek ik tijdens de eerste officiële wedstrijd zo moe als een garnaal na een marathon.
Les geleerd: niet alles wat gezellig is, is ook verstandig.
Maar als we alleen verstandige dingen zouden doen, viel er achteraf weinig te vertellen.
Bij de viswedstrijden mocht iedere deelnemer een prijs uitzoeken.
Mijn eerste prijs bestond uit vismateriaal dat ik direct doorgaf aan Annius, een bijzonder aardige man met een groot vissershart en helaas iets minder vistalent.
Maar laten we eerlijk zijn: als je alleen mee mocht doen wanneer je écht goed kon vissen, zouden er waarschijnlijk een stuk minder vissers aan de waterkant zitten.
De tweede keer koos ik een broodrooster, omdat onze oude inmiddels bijna als museumstuk kon worden aangemeld.
De derde prijs was een handige opbergbox waar Tiny haar oog al op had laten vallen.
Iedereen tevreden.
En belangrijker: eindelijk eens prijzen waar thuis ook echt iets mee gedaan wordt.
Alsof dat nog niet genoeg was, besloot mijn linkerknie ook van zich te laten horen. Die protesteerde steeds heviger tegen het dagelijks sleuren met de viskar.
Voltaren werd mijn nieuwe vakantievriend.
's Nachts ontdekte ik zelfs dat mijn knie liever onder een dekbed lag dan erboven. Waarom precies weet ik nog steeds niet, maar het werkte.
Je komt op een leeftijd dat je niet meer vraagt waarom iets helpt.
Je bent gewoon blij dát het helpt.
Gelukkig kwam Tim ook nog langs. Onder het genot van koffie werd uitgebreid gesproken over Formule 1, honkbal, werk en alle andere wereldproblemen die je vanaf een campingterras moeiteloos kunt oplossen.
Helaas heeft niemand ons nog gevraagd om de oplossingen door te geven aan Den Haag.
Uit eten deden we natuurlijk ook.
Met de hele groep gingen we naar De Pionier in Marknesse. Het eten was prima…
toen het uiteindelijk kwam.
De bediening leek echter een cursus Hoe laat ik gasten wachten zonder dat ze vertrekken? te volgen.
Sommige gerechten waren onderweg blijkbaar afgekoeld tot kamertemperatuur en Hennie vond het na vijfentwintig minuten wachten wel mooi geweest.
Wij betaalden zonder fooi en besloten voor het dessert naar de overkant te gaan. Bij Danny's namen we een heerlijk ijsje.
Snel klaar, koud zoals het hoort en niemand hoefde er vijfentwintig minuten op te wachten.
Probleem opgelost.
Gelukkig maakte het restaurant van De Kluft veel goed. Daar aten we weer ouderwets lekker en ook de snackbar bewees opnieuw dat een patatje op vakantie soms verrassend lekker kan smaken.
Waarschijnlijk omdat je het zelf niet hoeft te bakken.
Opvallend was wel dat we iedere dag een beetje later wakker werden. De eerste dagen was half negen heel normaal, maar tegen het einde van de vakantie werd half tien ineens een keurige begintijd.
Blijkbaar went vakantie sneller dan je denkt.
Als we drie weken waren gebleven, hadden we waarschijnlijk het ontbijt overgeslagen en waren we meteen aan de lunch begonnen.
Omdat de viswedstrijden op dinsdag en donderdag werden gehouden, plakten we er nog een extra nachtje aan vast. Dat gaf alle tijd om rustig op te ruimen.
Althans…
dat was het plan.
De volgende ochtend stond ik om zeven uur alweer buiten mijn visspullen schoon te maken.
Vakantie of niet, sommige gewoontes zijn moeilijk af te leren.
Tiny stelde vervolgens heel verstandig voor om toch maar alvast naar Wormerveer te rijden. Dan kon de was nog gedaan worden vóór de regen arriveerde.
Tiny dacht weer praktisch.
En zo eindigt een vakantie zoals hij begonnen is: met spullen inpakken, de auto volladen en thuis ontdekken dat twee weken vakantie verrassend veel wasgoed opleveren.
Terugkijkend waren het twee heerlijke weken.
Veel zon. Heel veel warmte. Iets te veel waterplanten. Te weinig grote vissen. Een protesterende knie. Stapels gezelligheid met Wilma en Hennie. Mooie uitstapjes. Leuke gesprekken. Een paar goede boeken.
En opnieuw dat vertrouwde gevoel dat De Kluft eigenlijk veel meer is dan alleen een vakantieadres.
Het is een plek waar we inmiddels zoveel herinneringen hebben liggen dat we er bijna huur voor zouden moeten betalen.
Of we volgend jaar weer gaan?
Laten we het zo zeggen…
De kans is ongeveer net zo groot als dat ik volgend jaar opnieuw mijn hengels meeneem, naar het water kijk en vol overtuiging zeg:
"Dit jaar gaat het gebeuren."
En de vissen?
Die weten inmiddels wel beter.